25.9.13

De eierdop

De eierdop. Een ding dat zo onopvallend in je keukenkastje staat te staan en dat zo samenvalt met de functie die het moet vervullen, namelijk het stevig op z'n plek houden van jouw gekookte eitje, dat je bijna zou vergeten dat ook dit ding ooit bedacht en ontworpen is door iemand.

Eierdoppen boerenbont, geproduceerd door Koninklijke Sphinx Aardewerk Fabriek Maastricht, aardewerk














De eierdop bestaat al lang. De Romeinen gebruikten 'm al. Daarna verdween het ding even in de vergetelheid om in de 15de eeuw weer op te duiken aan sjiek gedekte tafels in de hoogste kringen. Een echte doorbraak volgde pas midden 19de eeuw. Net als met heel veel andere producten maakte de industriële revolutie, en daarmee de opkomst van de grootschalige industrie, het mogelijk om de eierdop in grote hoeveelheden en relatief goedkoop te produceren.
En daarna ging het los. Eierdopjes zijn tegenwoordig namelijk te vinden in alle vormen, kleuren en materialen. Van plastic tot aardewerk en van boerenbont tot stippelmotief. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is vast wel eens voor een eierdop gebruikt. Voor verzamelaars zijn eierdoppen dan ook de ultieme droomobjecten. Maar hoe komt het toch dat juist van dit eenvoudige ding zo veel verschillende variaties te vinden zijn?
Donna Wilson, eierdop Mog, porselein



In de groots opgezette Britse tentoonstelling 'Britain can make it' werd de vraag gesteld, 'Who designs the Egg cup?' In het antwoord komt men tot de conclusie dat de kip hier zelf een groot aandeel in heeft. Haar eieren bepalen immers de omtrekvorm van de eierdop. Met de komst van de industrie werd het echter de industrieel ontwerper die de verdere vorm, het materiaal, de kleur en de decoratie bedacht, zo stellen de tentoonstellingsmakers. De tentoonstelling werd in 1946 georganiseerd in het Victoria & Albert Museum in Londen, door de Council of Industrial Design (COID). Eén van de belangrijkste doelen van deze tentoonstelling was het grote publiek bewust te maken van het belang van een goed ontworpen (massa)product en de  belangrijke rol die de industrieel ontwerper hier in had. De initiators van de tentoonstelling hoopten hiermee de door oorlog platgelegde Britse industrie weer op gang te brengen om op die manier de economie te stimuleren.
Om het belang van de industriële ontwerper in het maakproces van een product duidelijk te maken werd ervoor gekozen om een simpel alledaags product als 'casestudy' te nemen; het eierdopje.
Een slimme keuze. Bijna niets is namelijk zo simpel van vorm en in gebruik als het eierdopje en tegelijkertijd of misschien juist wel daarom, zo geschikt om als industrieel ontwerper je stempel op te drukken. Aangezien de basisvorm al grotendeels vaststaat, ligt de uitdaging voor de ontwerper er vooral in om na te denken over het meest geschikte materiaal en een aantrekkelijk uiterlijk.

Houten Juweel, eierdoppen, hout


Natuurlijk is dit niet het hele verhaal, of zelfs niet het halve. Het zijn vooral de relatief goedkope productiekosten en daarmee ook de goedkope aanschafkosten die het aantrekkelijk maken om steeds weer nieuwe varianten van de eierdop te ontwerpen, te produceren en te kopen. Samen met de compactheid van het ding heeft dit misschien wel gezorgd voor de immense verzameldrift die er is ontstaan bij mensen wereldwijd. Er is zelfs een eigen naam voor dit verzamelgebied (pocillovy). Deze internationale verzamelwoede vormt bovendien een constante stimulering van de productie van nieuwe modellen. Daarmee is  de productie van eierdoppen dus ook al lang geen zaak meer van het ontwikkelen van een praktisch gebruiksvoorwerp, maar eerder die van het bedenken van een zo begerenswaardig mogelijk verzamelobject.

Meer lezen over de tentoonstelling van 1946 kan hier en hier


Anoniem, eierdoppen, hout
Piet Zwart en H.P. Berlage, Deel van servies, persglas, 1924
Eierdop, geproduceerd door Rosti Mepal, kunststof

22.9.13

De dingen die voorbijgaan

In deze vaste rubriek bespreek ik vergeten dingen. Gebruiksvoorwerpen die ooit in vrijwel elk huis terug te vinden waren, maar waarvan we nu het bestaan vergeten lijken te zijn of die naar ons idee overbodig zijn geworden.
Wat maakte deze dingen ooit tot geliefde en veelgebruikte voorwerpen en waarom is dat nu niet meer zo? Soms is het antwoord daarop lastig te geven, maar ik zal een goede poging wagen. En lukt dit niet, dan heeft dit ding wel weer een kort moment van roem mogen beleven. 

De flessenlikker mag het spits afbijten en dit is meteen een lastige. Waar ik namelijk dacht dat dit langwerpige staafje met aan het uiteinde een rubberen spateltje een stille dood was gestorven en alleen nog voorkwam in de keukenlaatjes van 75-plussers, blijkt niets minder waar te zijn. De flessenlikker is springlevend en veelgebruikt. HP de Tijd deed zelfs recent een onderzoekje naar het hernieuwde gebruik van dit ding. 
Conclusie: De flessenlikker is terug van weggeweest en volgens HP de Tijd heeft dat alles te maken met de crisis waar we momenteel middenin zitten. Dit lijkt inderdaad  logisch, want geen enkel ding staat zo symbool voor het zuinige Hollandse karakter als de flessenlikker. Zelfs het laatste restje yoghurt of vla kan met de flessenlikker uit de fles geschraapt worden. Dat we nu geen flessen maar kartonnen pakken hebben om onze yoghurt en vla in te verpakken maakt voor het gebruik van de flessenlikker niet uit. Het spateltje heeft namelijk zowel een ronde als vierkante kant, waarmee het ding bruikbaar is voor alle vormen van verpakkingen. Dat is nu nog eens simpel en doeltreffend vormgeven.

De flessenlikker is eigenlijk een raadselachtig ding. Waar wij als Nederlanders bijna allemaal wel weten wat een flessenlikker is, hoe die eruitziet en waar je hem voor gebruikt, zal elke willekeurige niet-Nederlander zich afvragen wat je in hemelsnaam voor gek ding bij je keukenspullen hebt liggen. De flessenlikker wordt namelijk bijna nergens anders gebruikt, dan wel gemaakt. Het is met recht een oer-Hollands gebruiksvoorwerp. 
Toch hoeft dit naar mijn idee niet langer zo te zijn. Bij deze pleit ik voor een wereldwijde doorbraak voor de flessenlikker. Want waarom zou je dit ding alleen gebruiken vanuit bezuinigingsoverwegingen?

Allereerst is de flessenlikker een goed vormgegeven product. Mooi en volmaakt in eenvoud, zoals dan wordt gezegd. Een ware aanwinst voor de diversiteit in keukenspullen en bovendien een goed gespreksonderwerp. Er zijn immers altijd nog genoeg mensen aan wie je uit zult moet leggen waar dit langwerpige rubberen ding voor dient. Bovendien, en dit is misschien nog wel belangrijker, past de flessenlikker niet alleen bij het Hollandse idee van zuinigheid, maar sluit het ook naadloos aan bij de huidige tendens van duurzaam consumeren. Niet langer die eindeloze verspilling van voedsel, maar er juist op een slimme en verantwoorde manier mee omgaan.  De flessenlikker levert hier dan misschien maar een bescheiden bijdrage aan, het is in ieder geval een begin.


Op deze manier maakt de flessenlikker niet alleen in Nederland een revival door, zodat ook mijn nichtje en neefje weer weten wat dit voor product is, maar zal dit lang vergeten gebruiksvoorwerp een internationale populariteit te wachten staan.